Inleiding.
Deze webpagina van Hennie Henskens te Winkel ontdekte ik bij toeval op het internet, ik was opzoek naar gegevens over haar vader Hendrik Willem Cornelis te Winkel (1903-1985)
Na het verhaal te hebben gelezen kwam ik op het idee om deze pagina te "moderniseren" of zeg maar "aan te passen", behalve het geschreven verhaal van Hennie te Winkel uiteraard.
Het verhaal van Hennie is in tact gebleven op een enkel woord of zinsnede na.
Ik heb wat aanpassingen/toevoegingen gedaan wat betreft foto's en meer uitleg omtrent specifieke woorden en plaatsen, die in het Javaans worden weergegeven, daar een uitleg aan/over te geven zodat ook niet voormalige Indische Nederlanders begrijpen wat deze woorden betekenen.
Ik ga ervan uit dat deze pagina geen afbreuk doet aan het originele verhaal van Mevr.Henskens waarvan ik niet eens weet of deze "dame" nog onder ons is aangezien er geen info over te vinden is, mocht iemand meer weten over Hennie Henskens te Winkel en/of haar vader "Henk" dan verneem ik dat gaarne, bij voorbaat dank.

"de taart die achterbleef"

 

Gevechten

De aanloop tot ons vertrek naar Nederland werd getekend door gevechten en beschietingen waarbij de aankomst in Nederland verbleekte.
Mijn vader, Hendrik Willem Cornelis te Winkel (1903-1985) die in de tweede wereldoorlog krijgsgevangen had gezeten in Batavia, had via het Rode Kruis uitgevonden dat mijn moeder en ik gevangen zaten in Lampersari, Semarang.
Met een Betja (zie afb.) heeft hij ons daaruit gehaald, Goddank bleek dat wij familie hadden wonen, allemaal Carli's (de meisjesnaam van mijn moeder), in het Villapark, een Oudindisch huis met open voorgalerij, een garage en een blakang.(is een achterom)
Het huis stond op een driesprong en dat hebben we geweten, we lagen precies in de vuurlinie toen de straatgevechten van de pemoeda's begonnen.
Ik zie ze nog in sluiphouding, tussen de djarakbomen, met het geweer in de aanslag.
Kogels doorboorden twee muren van de garage en bleven steken in de muur van de achtergalerij.
Intussen waren de twee mannen van de familie, waaronder mijn vader, van hun bed gelicht en opgepakt door de Indonesische vrijheidsstrijders en in de gevangenis gegooid met als enig doel dat je er niet meer levend uit zou komen!
Mijn vader, een totok*, geboren in Scheveningen in de Marcelisstraat, sprak vloeiend Javaans.
Hij wist zich vrij te praten, sleutels te bemachtigen en zo vele andere gevangenen te verlossen.
Hij heeft daarvoor een lintje gekregen na de oorlog.
*Totok is het Indonesische of Maleisische woord voor een in het voormalig Nederlands-Indië geboren of wonende volbloed 'blanke' Europeaan, meestal Nederlander.
De totok is weliswaar in Indië geboren of heeft daar (langere tijd) gewoond, maar heeft, in tegenstelling tot gemengde Indo-Europeanen, geen Indonesische voorouders. (Bron:Wikipedia)

een voorbeeld van een "Betja"

Taart, Hotels, Slachten

Op zaterdag 17 november 1945 moest onze hele familie, drie moeders met kinderen, een oma, een paar nichten en de twee mannen, vluchten vanwege het levensgevaar dat wij liepen.
Op deze zelfde zaterdag 17 November 1945, nota bene mijn twaalfde verjaardag en mijn eerste echte verjaardag na drieënhalf jaar kamptijd.
Mijn eerste verjaardagstaart bleef in het huis achter, nog steeds hoor ik van de Carli-tante's: "Weet je nog wel Hen, je taart bleef in het huis achter."
We werden opgevangen in 'Hotel du Pavillon', (zie afb.) waar Gurka's zaten om de Nederlanders te beschermen.
Rond het hotel waren vele gevechten en wij kinderen? Wij keken geïnteresseerd toe hoe de Gurka's hun geiten slachten.
Vandaar werden we weer geëvacueerd in vrachtauto's, gecapitonneerd met bultzakken, die ons naar loodsen aan de rede van Semarang brachten.
Wat moeten de moeders een zorgen hebben gehad over hun kinderen! En de kinderen? die speelden maar voort.
Daar aan die 'Rede' (Semarang had geen haven) leerde ik dat als er een kanon wordt afgeschoten (er lag een oorlogsschip op de rede) je ziet eerst het vuur en pas een tijdje later hoorde je de knal.
Per LTC* en onder kanonvuur werden we overgevaren naar het schip en naar Batavia getransporteerd.
Mijn ouders en ik kwamen terecht in het 'Javahotel' (zie afb.), waar in de nacht van maandag 31 december 1945 door mijn vader gesuggereerd werd dat er een mertjoe (mertjoe = rotje) werd afgeschoten om mij gerust te stellen, want ik was inmiddels aardig angstig geworden voor knallen.
De werkelijkheid was dat er werd geschoten, ten slotte kwamen we te wonen in een echt huis aan de Stillelaan 1, een straatje met vier huizen tussen Tjikini** (zie afb.) (niet ver van de pasar) en de Alataslaan.
*LTC hiermee wordt waarschijnklijk een soort van Landingsvaartuig bedoeld, de afkorting LTC heb ik als zodanig niet kunnen achterhalen, wel een LC (landing-carrier) en LT (Landing transportship)
**Tjikini, hiermee wordt het ziekehuis aangeduid, dit ziekenhuis lag aan de Tjiliwoeng halverwege Batavia-centrum en Meester Cornelis.
Tijdens de Japanse bezetting werden hier zieke en gewonde Japanse militairen verzorgd.
De officiële naam van het 'Tjikini' ziekenhuis was het 'Koningin Emma Ziekenhuis', de naam 'Tjikini' kwam van een nabijgelegen kampong.

Ik zie wat jij niet ziet

Veel tijd heb ik doorgebracht in het militair hospitaal waar mijn orthopedisch chirurg van voor de oorlog werkzaam was en waar een klein zaaltje was gereserveerd voor kinderen onder behandeling van deze dokter Belmonte.
Ook daar werd wel eens in de directe omgeving geschoten en gevochten en toch hadden wij kinderen onder elkaar reuze lol.
Als we op weg naar de mandikamer door de zaal met manschappen liepen, riepen we (met neergeslagen ogen): "Ik zie, ik zie wat jij niet ziet", want er werden in de zaal heel wat voor ons bijzondere delen gewassen, waar wij twaalf- en dertienjarigen over giebelden.
Wij kinderen moeten een welkome afleiding zijn geweest voor veel van die mannen, ze leerden ons kaarten en dobbelen en zij mochten dan ook in ons poëziealbum schrijven.
Eindelijk mocht ik na diverse operaties met mijn rechterbeen in het gips naar huis en eindelijk kon ik dan stiekem in het slaapuurtje over het hek en de muur met de buren klimmen om met mijn buurmeisje Joke Kraak te gaan bikkelen (bikkels waren speelsteentjes) op de grijsgroen geglazuurde tegels van de voorgalerij.

Naar Nederland

Mijn moeder en ik zijn tenslotte per vliegtuig via Singapore, Colombo, Basra, Bagdad, Sjarja, Cairo en Rome op de verjaardag van de oude koningin Wilhelmina, op zondag 31 augustus 1947, in Nederland aangekomen.
Ik dacht dat er allemaal kantoren langs de weg stonden, want er waren geen tuinen.
Wij hadden het geluk dat een vroegere vriendin van mijn moeder, nog uit Indië, ons in huis nam, dus geen contractpension voor ons.
Alles wat er op tafel kwam vond ik lekker, aardappelsoep en stamppot; ik denk dat ik gewoon honger had.
Wel smaakte de erwtensoep heel vreemd, want in Indië werd die gemaakt van katjang idjoe.( Indonesisch voor mungbonen)
En daar op dat adres werd mij verteld, dat mijn vader niet naar Holland zou komen, hij had, toen hij met ons in de betja op het adres in het Villapark aankwam, zijn tweede vrouw leren kennen, Mary Jane Adam (1920-1991).
Hennie Henskens te Winkel

Hennie Henskens te Winkel    Hendrik Willem Cornelis te Winkel   Mary Jane Adam   
foto dateert uit 1952
 
The Ancestor Company
Alle rechten voorbehouden,
Met dank aan en tevens Bron: Hennie Henskens te Winkel en
diverse archiefinstellingen voor het beschikbaar stellen van bepaalde afbeeldingen en feiten.
Copyright © Genealogybos.com 2020