Rotterdam, 5 september 1893:

Brand Zwaanshals en verdrinking
bij pontje Fabriekskade te Rotterdam

Een brand bij de familie Glimmerveen aan het Zwaanshals bij Rotterdam heeft geleid tot een ernstig ongeluk dat ook nu nog de voorpagina's van de landelijke kranten zou halen.
Het gebeurde niet vandaag of gisteren, maar meer dan een eeuw geleden, op 3 september 1893.
Het bericht stond op 5 september 1893 in het (al lang opgeheven) Rotterdamse rooms-katholieke dagblad De Maasbode en ook in de Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Rotterdamsch Nieuwsblad van dezelfde dag.
Boeiend is te zien hoe journalisten aan het eind van de negentiende eeuw zo'n bericht opstelden.
In onze tijd zouden de tien doden in de eerste alinea genoemd worden, maar in de kranten van 1893 gebeurde dat anders.
De eerste zinnen doen vermoeden dat het om een spectaculair brandje ging, net goed genoeg voor een bericht in een plaatselijke krant.
Pas wie geduldig verder leest, ontdekt dat de kop 'Verschrikkelijke ramp' terecht was.
(Bron: Fam.Glimmerveen)


Hieronder de letterlijke tekst uit De Maasbode.
Verschrikkelijk ramp
Te ruim kwart over tienen gisteravond ontstond in een loods aan het Gelderlozepad brand, dit houten gebouw stond weldra in lichte laaie.
De hoog opgaande vlammen lokten een talrijk publiek naar het terrein van den brand.
Vele aan de zijde van de Rotte wonenden maakten gebruik van het aldaar liggende pontje om zich naar het Zwaanshals te begeven. Reeds was het pontje enige malen heen en weer geweest en had tal van personen overgezet, toen het te ongeveer half elf weer een 25-tal mensen opnam, om die naar de overzijde te vervoeren.
Door een tot nog toe onverklaarbare omstandigheid, toen het pontje reeds het grootste gedeelte van den overtocht had gedaan en zich ongeveer drie meter van de Fabriekskade bevond, volgens sommigen doordien onder de opvarenden het gerucht dat er iemand te water lag, volgens anderen wegens andere oorzaken, drongen alle personen naar de achterzijde van het pontje, dat daardoor aan die zijde water schepte.
Toen dit opgemerkt werd, werd tegen het opeendringen aan één zijde gewaarschuwd en de raad gegeven dat alle personen zich over het gehele pontje zouden verdelen maar zoals het in dergelijk omstandigheden meer gaat, het waterscheppen van het pontje had reeds velen met de schrik bevangen.
In plaats van de gegeven raad op te volgen, drongen allen opeens naar de voorzijde, hierdoor schepte de pont toen aan die zijde water.
Het pontje had ondertussen zoveel water ingekregen, dat het begon te zinken.
Toen de opvarenden dit bemerkten, grepen zij uit lijfsbehoud allen tegelijk naar de ketting, welke van de ene oever naar de andere gespannen is en waar het pontje zich langs beweegt.
De ketting kon die last niet torsen, zij brak, hierdoor geraakten allen, ongeveer 25 personen, te water.
Door het zinken van het pontje was het licht der lantaarn, welke daarop is geplaatst uitgegaan.
Dit was een verschrikkelijk ogenblik, een 25-tal personen, allen luidkeels om hulp schreeuwend, onder wie enkele vrouwen, lagen te water.
Ieder trachtte natuurlijkerwijze de wal te bereiken.
De meesten konden niet zwemmen of, zo zij dit konden , waren door de verwarring en opeenhoping der vele personen die zich aan elkaar vastklemden, niet in staat zich te bewegen om door zwemmen de oever te bereiken.
Van de oever aan de Fabriekskade werd zoveel mogelijk hulp geboden.
De pontvoerder was spoedig gered en met hem enige anderen, maar nog altijd waren er personen te water.
De verwarring was groot, deze en de duisternis schijnen de oorzaak te zijn geweest, dat tien personen niet meer levend uit het water gehaald konden worden.
Van deze tien personen werden achtereenvolgens, de een spoediger dan de ander, de lijken op het droge gebracht.
Een viertal geneesheren, benevens enige omstanders, waren tot laat in de nacht bezig te trachtten de levensgeesten op te wekken, maar helaas, hunne ijverige pogingen mochten niet baten, zij konden slecht de dood constateren.
Het was een aandoenlijk schouwspel, die tien lijken, min of meer voor de geneeskundige behandeling ontkleed, aldaar uitgestrekt op de oever te zien liggen.
De lijken zijn deze nacht overgebracht naar de loods voor drenkelingen op het kerkhof te Crooswijk, alwaar zij, ter herkenning door de familie, zijn neergelegd, heden had deze herkenning plaats.
De namen der slachtoffers zijn:
Pieter Phillipsen 24 jaar, wonende Meermanstraat nummer 59; diens mede aldaar wonende broeder Cornelis Phillipsen, oud 20 jaar.
Pieter de Braal, kantoorbediende, oud 19 jaar, wonende Crooswijksekade 12.
J.P. Kooistra, agent van politie 3e klasse, wonende Crooswijksedwarsstraat en diens hoogst zwangere echtgenote, Gijsberta Adriana-Kooistra de Boer.
De man (J.P. Kooistra) was om 10 uur ‘s avonds vrij van dienst en was, nadat hij van het bureau aan de Meermanstraaat waar hij ingedeeld was, met zijn vrouw gaan wandelen, thuis te bed achterlatende 3 jeugdige kinderen, waarvan de oudste slechts 6 jaren is, het alarm deed hem vermoedelijk naar het terrein des onheils begeven ten einde zo nodig aldaar zijn diensten te verlenen tot handhaving der orde.
Deze ongelukkige zou heden een vrije dag hebben en zich met zijn vrouw en kinderen naar familie te Den Haag begeven.
Een zuster dezer ongelukkige echtelieden kwam hedenmorgen de drie zo plotseling wees geworden kinderen afhalen.
Simon Gotsenberg, oud 17 jaar, bakkersknecht, wonende Warmoezierstraat.
Tenna Snel ongeveer 23 jaar, dienstbode inwonende bij de heer C.Brogman, Crooswijkseweg 74.
Dit meisje zou spoedig in het huwelijk zijn getreden, haar aanstaande, die zich in het pontje bevond, heeft al zwemmende zich weten te redden.
Marinus Adrianus Bos, 33 jaar, tabakswerker wonende Zomerhofstraat 68;
Bastiaan Veth, 19 jaar, koekbakker wonende Rubroekstraat 56;
Jan Muijt, 21 jaar, schippersknecht wonende te Bleiswijk.
Vermoedelijk zijn de lijken van alle verdronken personen gevonden, althans meerderen schijnen er gelukkig niet te worden vermist.
Wel wordt nog iemand vermist, doch het is hoogst onzeker, dat hij zich daar ter plaatse heeft bevonden.
Voor het redden der drenkelingen en het opwekken der levensgeesten zijn door de hoofden der brandweer de spuitgasten in het werk gesteld.
De brand, welke deze vreselijke ramp ten gevolge had, was door een onbekende oorzaak ontstaan in een houten loodsje, dienende tot bergplaats van stro, broeiramen en tuiniersgereedschap en tot woning van de familie Glimmerveen.
De vlammen werden uitstekend voedsel in het aanwezigen materiaal en in een ogenblik geleek het gebouwtje een vuurklomp.
Als altijd was de brandweer dadelijk aanwezig met zes á zeven handbrandspuiten, reddingsmateriaal en de drie stoomspuiten.
De spuiten 26, 15 en 16 gaven achtereenvolgens water, maar te behouden viel er niets, de loods brandde tot de grond toe af.
 

Ook is het rapport bewaard gebleven
'Aan den heer Burgemeester van Rotterdam van den Hoofdcommissaris van Politie'

4 september 1893.
Gisterenavond ten circa 10 ½ uur is brand uitgebroken in een houten loods aan het Geldelooze Pad, behoorende aan den tuinier H.Glimmerveen, oud 54 jaar die achter de loods wonende.
In die loods waren verschillende gereedschappen broeiramen en rietmatten geborgen.
De oorzaak is onbekend. Spuiten 26, 15, 16, 11, 10, 17, 9 benevens de beide stoomspuiten en de reddingsbrigade waren aanwezig, waarvan de 3 eersten slechts water gaven.
De loods die tegen brandschade verzekerd was, brandde tot den grond toe af, ten 1 uur 's nachts was de brand geheel gebluscht, een detachement mariniers was aanwezig.
Ten 10.37 uur ontving de 3e afdeeling telefonisch bericht van den brand, ten 10.42 kwam de agent 3e klas J. Poldervaart alarm makende aan die afdeeling, meldende dat hij tot 4 maal toe aan het Noordelijk Stoomgemaal heeft opgebeld om aansluiting met het Centraal telefoonbureau bekomen te hebben en eerst de 4e maal antwoord gekregen heeft na eerst ook getracht te hebben toegang tot de boterfabriek in de Zwaanshals te verkrijgen.
Ter zelfder tijd toen deze brand uitbrak begaf zich een getal van 20 à 25 personen op het pontje varende tusschen de Linker Rottekade en de Fabriekskade.
Volgens verklaring van den pontvoerder Andries van de Lisdonk, wonende Fabriekskade no. 8, Hemelaar, agent van politie 2e klasse, Arie Schneijder, wonende Jaffa Broederhof 42 en Willem Broeder wonende Warmoezierstraat 79/1, die zich allen in het pontje bevonden, stonden de meevarenden te veel achteruit, waardoor de pont aan de achterkant water schepte, toen bewoog men zich plotseling naar den voorkant, waardoor de pont zooveel water inkreeg, dat zij zonk, ook omdat allen den ketting grepen die daardoor brak.
Gered hebben zich voornoemde personen uit het water opgehaald, 2 vrouwen en 8 mannen, of nog anderen zich gered hebben of verdronken zijn, is niet uit te maken.
Geneeskundige hulp verscheen in de drs. Van Beek, Beekhuis, Timmermans en Van Walsum, ondanks alle pogingen zijn aangewend om de levensgeesten op te wekken moet de dood van deze menschen worden geconstateerd.
Van de 10 lijken zijn er 2 door den agent 3e klasse Philipsen herkend als te zijn van zijn zonen Pieter, oud 24 en Cornelis oud 20 jaar, bij hem gewoond hebbende Meermanstraat no. 59.
Het 3e lijk is herkend als dat van Pieter de Braal, oud 19 jaar, Crooswijkschekade 12.
Het 4e en 5e lijk voor dat van J.P. Hoogstra (de naam is hier foutief vermeld en moet zijn J.P Kooistra), agent van politie en diens vrouw Gijsberta Adriana-Kooistra de Boer, het 6e lijk voor dat van Simon Gotsenberg, oud 17 jaar, bakkersknecht, Warmoezierstraat 101 en het 7e lijk van dat van Theuna (Tenna) Snel ongeveer 23 jaar, dienstbode bij C. Bregman aan de Crooswijkschenweg hoek Van Pleretstraat.
Er wordt in de Rotte gevischt omdat geen zekerheid bestaat dat alle opvarenden uit het water zijn opgehaald.
5 september 1893.
Het lijk van Pieter de Braal is gisterenavond overgebracht van de begraafplaats naar de ouderlijke woning.
Het lijk van Jan Muijt is van gemeentewege ter aarde besteld.
 
The Ancestor Company
Alle rechten voorbehouden,
Met dank aan diverse archiefinstellingen voor het beschikbaar stellen van afbeeldingen en feiten.
Copyright © Genealogybos.com 2021